De oorsprong van Tai-Chi

Tai-Chi is een eeuwenoude martial art, dat zijn oorsprong vond in de Qi-Gong. Tai-Chi bestaat uit opeenvolgende bewegingen die rustig, vloeiend en met aandacht worden uitgevoerd.

Qi-Gong was meer dan 5000 jaar het best bewaarde geheim van China. De oudste tekeningen van Qi-Gong stammen van de Han-Dynastie, 168 jaar voor Christus.

De grondlegger van de Tai-Chi Ch’uan (Yang) stijl zoals wij die beoefenen was Yang Lu-chan ook wel Yang Fu Kui genoemd.  startte in 1820 met het bestuderen van de Chen stijl onder leiding van Chén Chang-Hsing om de effectiviteit van de gevechtskunst te leren.

Yang werd meester in de Chen stijl en ontwikkelde zich tot een Tai-Chi leraar. De door hem verder ontwikkelde stijl kreeg de naam “Yang-stijl”. Yang Lu-chan werd vooral bekend omdat hij in 1850 werd aangenomen door de Chinese keizerlijke familie om Tai-Chi les te geven aan het bataljon van de Keizerlijke Garde in het keizerlijk paleis, wat hij tot zijn dood in 1872 deed.

De Chen stijl werd als gevechtsstijl beoefend, de Tai-Chi Ch’uan (Yang) stijl wordt voornamelijk voor de bevordering van de gezondheid beoefend. De Tai-Chi Ch’uan vormen worden in laag tempo uitgevoerd, waardoor ze eenvoudig te leren zijn en daardoor toegankelijk voor oudere en minder atletische mensen.

Hier is een verhaal over de geschiedenis van Qi-Gong

In 1946 heeft Chen Man-Ch’ing de traditionele 37 vorm ontwikkeld, die nog steeds wereldwijd beoefend wordt.

Klik hier voor de hele 37-vorm, uitgevoerd door Chen Man-Ch’ing